Jan 08
Zweten is daar alleen maar denkbaar met een schoon lichaam. Doe het dus als de Japanners: nadat u uw lichaam grondig gereinigd hebt, laat u zich door een warmwaterbad van 50 °C opwarmen. Daarna wordt uw lichaam in lakens gewikkeld. Terwijl u rust begint dan het weldadige zweten. Als u ontspanning door warmte zoekt, dan bent u in de spa op de juiste plaats. Als u de spacabine binnengaat, slaat de droge hitte u al onmiddellijk tegemoet. Terwijl uw huid aan de buitenkant nog een temperatuur heeft van 30 tot 34 °C, heerst er in de spa een luchttemperatuur tussen 80 en 95 °C. Al binnen enkele minuten ontstaat er tussen u en de lucht om u heen een uitwisseling van warmte. Manieren om warmte over te brengen Pure warmte: de lichaamseigen warmteregulatie werkt op volle toeren. Zodra u zich binnen in de houten spacabine bevindt, komt uw huid door de verwarmde lucht in aanraking met de extreme warmte. De warmteoverdracht via de lucht is echter relatief gering. Dat ligt enerzijds aan het feit dat lucht een slechte warmtegeleider is. Anderzijds wordt er over het hele huidoppervlak een beschermende isolatielaag verspreid. Dat is een dun luchtkussen dat door de lichaamseigen warmtestraling wordt gevormd. Dit warmtekussen weert de spawarmte in zekere mate af. Een andere manier van warmteoverdracht ontstaat binnen in de spacabine door het rechtstreekse huidcontact met het houten materiaal zodra u op de opgewarmde banken gaat liggen of Stralingsenergie maakt het mogelijk
De spacabine bestaat uit hout. Door de hitte die door de spakachel wordt afgegeven, wordt het hout tot wel 100 °C verwarmd. Aangezien hout goed warmte kan vasthouden, geeft het de vastgehouden warmte langzaam en gelijkmatig in de vorm van stralingsenergie aan de omringende lucht af. Stralingsenergieën hebben de eigenschap dat ze warmte creëren zodra ze een voorwerp raken. Denkt u maar eens aan de vakantiegangers die in de winter naar de bergen gaan. Met ontbloot bovenlijf liggen ze zij aan zij op een zonneterras voor de skihut, om een kleurtje te krijgen. Blijkbaar hebben de zonaanbidders geen last van het feit dat de buitentemperatuur onder het vriespunt ligt - de zonnestraling warmt hen op. De stralen zelf zijn echter helemaal niet warm! De frequenties waarmee ze het huidoppervlak raken zijn van doorslaggevende betekenis. Ze brengen op atomair niveau de moleculaire structuren in het huidweefsel in beweging! Daarbij ontstaat warmte. Hetzelfde fenomeen ervaart u in de spa. Ook hier zijn het vooral de stralingsenergieën van het hout, die uw lichaam opwarmen. Stijgende warmte in het lichaam Als ‘warmbloedige’ is de mens in staat zich optimaal aan te passen aan schommelende buitentemperaturen. Dit is het belangrijkste onderscheid tussen de mens en koudbloedige schepsels zoals reptielen of vissen. Neem bijvoorbeeld eens een kikker! De bedrijvigheid van een kikker wordt minder zodra het koud wordt, maar ook wanneer het warm wordt. Als winter of zomer in aantocht zijn, begraaft hij zichzelf in de modder en verstijft min of meer. Zijn levensfuncties zijn praktisch nihil.
Jan 07
De arbeidsmarkt heeft net als een gewone markt aanbieders en afnemers. Tegenwoordig is een grote aanbieder van arbeidskracht het uitzendbureau. Op de markt wordt via loven en bieden een prijs vastgesteld, waarbij concurrentie een belangrijke bepalende factor is. Op de arbeidsmarkt spelen deze mechanismen ook, maar meestal gaat dat op een andere manier. Vertegenwoordigers van overheid, werknemers en werkgevers stellen samen vast wat bepaalde soorten werk moet opbrengen. Dat wordt vastgelegd in een Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO); daarin komen de partijen overeen wat iemand die een bepaald werk doet op een bepaalde leeftijd moet verdienen. De hoogte van dat inkomen hangt samen met een bepaald maatschappijbeeld, waar aan verschillende functies verschillende waarden worden toegekend die vastgelegd zijn in salarisschalen. Door verschuivingen in de arbeidsmarkt zijn deze schalen voortdurend aan verandering onderhevig. De aanbodkant van de arbeidsmarkt wordt gestuurd door een groot aantal autonome processen, zoals bevolkingsgroei, migratie, acculturatie, onderwijs, scholing en bedrijfsopleiding (Van Schilfgaarde, 1994). De vraagzijde wordt beïnvloed door economische groei, buitenlandse concurrentie, kapitaalinvesteringen, stedenbouw en infrastructuur. Aan de vraagzijde heeft zich deze eeuw een enorme verschuiving voorgedaan. De werkgelegenheid in de landbouw, aan het begin van deze eeuw zo’n kwart van de arbeidsmarkt, is continu gedaald; nog maar ongeveer 5 procent van de beroepsbevolking werkt in de landbouw. De industrie maakte een sterke stijging door, met de jaren zestig als hoogtepunt. Daarna trad een sterke daling op (vooral vanwege de intensieve automatisering), met 1985 als dieptepunt. Na een nieuwe stijging treedt sinds 1992 wederom een daling op. De (commerciële) dienstensector is deze eeuw enorm gestegen en de laatste twintig jaar zelfs spectaculair. Het ziet ernaar uit dat dit ook in de toekomst de belangrijkste sector in de Nederlandse economie zal blijven.
Wanneer we de totaalbalans opmaken, zien we tussen 1945 en 1965 een ongekende groei van de werkgelegenheid (het is de periode van de wederopbouw). In de jaren vijftig behoort volledige werkgelegenheid tot de ‘doeleinden der algemene economische en sociale politiek’ (SER, 1951). Rond 1960 was er zelfs zo’n gebrek aan arbeidskrachten, dat de eerste gastarbeiders naar Nederland werden gehaald. Natuurlijk had dit ook te maken met het soort banen, maar het blijft opvallend dat de mogelijkheid van een hogere arbeidsparticipatie van vrouwen in die tijd niet eens overwogen werd. Mannen waren nog kostwinners. De zogenoemde volledige werkgelegenheid van de jaren zestig was hierdoor in feite niet groter dan nu, uitgaande van het percentage werkzame personen (WRR, 1996).Na 1970 stagneert (mede door de oliecrisis) de werkgelegenheid; de naoorlogse groei is definitief voorbij .Tussen 1970 en 1995 is het arbeidsvolume (bij een sterk stijgende beroepsbevolking) vrijwel gestabiliseerd (CBS, 1997). Korter werken en de grote opkomst van deeltijdwerk hebben dit maar ten dele kunnen compenseren. De overheid heeft hier trouwens zelf aan meegedaan door sterk te bezuinigen op de collectieve sector.
Dec 30
De verzorging van de huid begint ’s avonds natuurlijk weer met een grondige, intensieve reiniging. Vooral bij een droge en gevoelige huid kunt u het beste uitsluitend crèmes op wateroliebasis gebruiken omdat deze een vetlaagje op de huid vormen dat voorkomt dat het vocht verdampt. Verder is het heel belangrijk dat uw crème voldoende vochtvasthoudende stoffen bevat. Voor de verzorging van uw oogleden zijn speciale oogcrèmes te koop. Mocht u snel last hebben van gezwollen oogleden of van wallen onder de ogen, dan is het gebruik van een eiwithoudende, liefst ongeparfumeerde ooglidgel aan te bevelen. Masseer deze met de vingertoppen zachtjes in van buiten naar binnen rondom het oog. ’s Ochtends is een korte schoonmaakbeurt van het gezicht met lauw water of een lotion voldoende. Breng daarna een enigszins vette crème aan, vooral bij een droge huid. Voor een effectieve anti-rimpelverzorging bestaan complete verzorgingslijnen die zijn afgestemd op diverse huidtypen. Laat u adviseren wat voor uw huid het beste is. U kunt natuurlijk ook kiezen voor een intensievere verzorging van uw huid. U kunt meedoen als onderwerp op een visagie wedstrijd. Daarvoor zijn ampullen en huidserums beschikbaar. De ampullen bevatten huidverfraaiende en rimpelvervagende stoffen in geconcentreerde vorm en werken daarom intensiever en effectiever. Zo’n speciale opfrisbehandeling met ampullen kunt u zelf thuis doen of laten doen in een schoonheidssalon.
De verzorging met een huidserum geldt als een dagelijkse oppepper die de huid mooier en jonger maakt. Het serum bestaat uit een gelachtige substantie en bevat eveneens geconcentreerde stoffen die de veerkracht en het vochtvasthoudend vermogen van de huid sterk moeten verbeteren. Bovendien versterken ze de hechting tussen de afzonderlijke huidcellen. Dat geeft de huid meer weerstand tegen allerlei invloeden van buitenaf. Make-up dient als foundation en geeft de huid een frisse teint. Voordat u make-up opbrengt, moet u uw huid altijd grondig schoonmaken en uw hele gezicht invetten met een dagcrème, zodat de huid goed vocht heeft opgenomen en niet kan schilferen. Make-up op een schilferige, droge huid ziet er per definitie vlekkerig uit en geeft uw uiterlijk eerder iets onverzorgds. Breng make-up nooit aan rond uw ogen of uw mond en ook niet op andere delen van uw gezicht die rimpels vertonen, want door de kleuring komen deze alleen maar sterker naar voren. Kies liever een getinte vloeibare make-up of een dagcrème met speciale bestanddelen die het licht reflecteren en zo de huid een frisse glans geven. Vergeet niet dat overdaad schaadt en wees daarom terughoudend met het gebruik van make-up of getinte dagcrèmes. U zult al snel merken dat uw huid er bij spaarzaam gebruik aanmerkelijk jonger en mooier uitziet dan wanneer u uw gezicht met kleur dichtmetselt. Bij een dunne laag make-up worden rimpels zo goed als niet benadrukt en behoudt uw gezicht een natuurlijk, verzorgd en gelijkmatig aanzien.
Dec 23
De meeste kinderen aan wie een vrije keuze van speeltoestel wordt geboden, kiezen voor een eigen huisje. Avontuurlijke types die het hoog in het hoofd hebben kiezen zelfs voor een boomhuisje (aangenomen dat er in de tuin een flinke boom staat waarin zoiets gebouwd kan worden) waar zij en hun vriendjes zich kunnen terugtrekken uit de grote mensen wereld, en zich kunnen overgeven aan Tarzan of commandoachtige fantasieën. Anderen geven wellicht de voorkeur aan een beide-benen-op-de-grond benadering en kiezen voor een ouderwets speelhuis. Dit kan van alles zijn, van een perfecte en op schaal gebouwde replica van een zomerhuisje of chalet, tot een krakkemikkig door henzelf vervaardigd bouwsel, al of niet onder enig toezicht van de ouders. Niet alleen zal zo’n beschermd object helpen de vakanties door te komen, het geeft kinderen ook een intense voldoening betrokken te zijn geweest bij het bouwen van hun eigen onderkomen. Daarnaast kan het in pedagogisch en milieukundig opzicht goed zijn om de restmaterialen van uw eigen doe-het-zelf arbeid te laten hergebruiken. Welk soort huisje u ook besluit te maken, bedenk dat het voor kinderen een veilige plaats moet zijn om te spelen. Dit betekent het besteden van dezelfde aandacht aan constructie, afwerking en veiligheid als u gaf aan andere tuinobjecten.
Om te beginnen moet alles op grondpeil een geschikte fundering hebben en een constructie hebben die mogelijkheden biedt tot verplaatsing. Uiteraard gaat dit laatste het gemakkelijkst als u de fundering van de ondergrond vrijhoudt. Indien u besluit het huisje op een betonplaat te funderen, dan moet deze ongeveer 75 mm dik zijn, en gelegd op een 75-100 mm dikke, goed aangestampte laag puin of grof grind. Gebruik beton in een verhouding van 1 deel cement, 2 delen zand en 3 delen grind, en stort het met water aangemaakte mengsel in een bekisting, zodat de plaat rechte zijkanten krijgt. Hiermee wordt gezorgd voor een perfecte ondergrond voor de houten vloer waarop het huisje verder kan worden opgetrokken. Voor een meer tijdelijke constructie kunt u de houten vloer (altijd van messing-en-groefplanken of watervast multiplex gespijkerd op dwarsregels) laten dragen op vorstbestendige stenen of trottoirtegels. Stamp deze stevig in een zandbed, controleer of ze ten opzichte van elkaar waterpas liggen en leg er een stuk waterdicht materiaal (dakleer of zware plasticfolie) overheen. Voordat u de vloer op z’n plaats tilt is het een goed idee de grond eronder onkruidvrij te houden. Leg zwarte polyethyleen-folie op de grond en leg daar de vloerconstructie op.
Oct 30
Op een schuine spruit, in een staande leiding aangebracht, wordt een liggende leiding met een kwartbocht aangesloten, zodat de liggende leiding niet een schuine, maar horizontale stand verkrijgt. Het aanbrengen van de staande leidingen op ondergeschikte plaatsen is voor het riool ontstoppen. Een dikke, zware afvoerleiding is nu eenmaal geen sieraad. De aan putten te stellen eisen worden ter plaatse van die onderdelen nader genoemd. Het geen door een huisriolering wordt opgenomen, moet op de een of andere wijze van het gebouw worden verwijderd en afgevoerd. Dit kan op verschillende wijzen plaats vinden, afhankelijk van het al of niet aanwezig zijn van een gemeenteriool. Deze lozingssystemen onderscheiden we als volgt: Een gemeenteriool is aanwezig: Alle stoffen lozen met één aansluiting, rechtstreeks op het gemeenteriool, Alle stoffen lozen rechtstreeks op het gemeenteriool, echter zijn huishoudwater en regenwater gescheiden ; dus twee aansluitingen op twee verschillende gemeenteriolen. Alle stoffen lozen op het gemeenteriool, echter met voorgeschakelde privaatput, of septictank. Er is geen gemeenteriool aanwezig. Fecaliën en eventueel ook het huishoudwater lozen op een privaatput ; het regenwater op open water, zakput o. d. en daarop eveneens de overloop van de privaatput. Fecaliën lozen op een septic-tank met overloopleiding en regen- en huishoudwater op een zinkput o. d. Op deze hoofdsystemen zijn nog vanzelf verschillende variaties mogelijk.
De lozing van de gemeenteriolering zelve vindt plaats op open water, als zee of rivier. Niet altijd is daartoe de gelegenheid en men maakt dan wel gebruik van vloeivelden. Tegenwoordig wordt de vrije afvoer op rivier e.d., alsmede naar vloeivelden, ook beperkt en gaat men meer en meer over tot het toepassen van speciale reinigingsinrichtingen, in de derde afdeling van dit boek nader behandeld. Wat betreft de bovengenoemde lozingssystemen zij opgemerkt, dat het eerste geval, waarbij alles onmiddellijk op het gemeenteriool afvoert, het meest verkieselijk is, zowel om zijn eenvoud, als om de economische wijze van uitvoering. Dubbele gemeenteriolering wordt toegepast om beide afvoeren zo klein mogelijk te houden, wat in het tweede deel van dit boek nader wordt behandeld. Een enkele maal wordt nog de eis gesteld, dat de fecaliën in een privaatput of septictank moeten komen en alleen de overloopleiding daaruit, met de afvoer van huishoud- en regenwater, op het gemeenteriool mag worden aangesloten. Dit heeft verschillende bezwaren, waarom dit systeem steeds minder wordt toegepast. Waar geen gemeenteriool aanwezig is, wordt het lozingssysteem geheel door plaatselijke omstandigheden bepaald. Regel is, dat geen fecaliën en meestal ook niet het huishoudwater rechtstreeks op open water mogen worden geloosd, doch zal steeds een privaatput of septictank, met eventueel een overloop naar zakput, open water, o.d. moeten worden gemaakt.
Sep 24
De markt van disposable producten breidt zich nog iedere dag uit en dit over zeer uiteenlopende domeinen. U bent waarschijnlijk al wel in contact gekomen met disposables zoals wegwerpbare fototoestellen, messen en vorken, scheermesjes, … maar nu duikt de disposable ook op binnen de sector van de telecommunicatie en meer bepaald van de mobiele telefoons. Een disposable telefoon zult u zich afvragen? Inderdaad, de allernieuwste realisatie van het Amerikaanse Hop-on die als de Hop-on 1800 door het leven gaat. Ondanks dat de Hop-on 1800 momenteel bezig is aan zijn veroveringstocht binnen Europa ligt deze telefoon, of toch in ieder geval een voorloper van deze telefoon, als sinds 2001 in de Amerikaanse en dan vooral Noord-Amerikaanse winkelrekken. De verovering van de rest van de wereld heeft iets langer op zich laten wachten dan oorspronkelijk gepland omwille van het in opspraak komen van hun toen verkochte model. Het bleek namelijk dat hun zogenaamde prototypes, die ze zelf innovatieve toestellen noemden, slechts omgebouwde Nokia’s waren. Alles kwam echter terug op zijn pootjes toen Hop-on de wereld meedeelde dat het slechts om demonstratiemodellen ging. De Hop-on 1800 vormt dus het nieuwste disposable product van Hop-on, die de basiseigenschappen van een normale mobiele telefoon combineert met het prijskaartje van een wegwerpproduct. Voor
10, of in Europa waarschijnlijk rond de 13 euro, voorziet Hop-on de gebruiker van een zeer eenvoudige maar doeltreffende mobiele telefoon. De disposable GSM heeft geen geavanceerd LCD-scherm, geen SMS-mogelijkheden maar ondersteunt enkel dual-band telefoneren. Een ideale telefoon dus voor mensen die geen behoefte hebben aan al deze technologische hoogstandjes, die gewoon de kennis niet hebben om met alle functies om te gaan of voor mensen die omwille van financiële redenen zich geen normale GSM kunnen aanschaffen.
Hop-on zal twee varianten van de 1800 op de markt brengen. De eerste variant zal de GSM met 850 MHz en 1900 MHz band zijn voor de VS en de andere 900/1800 MHz disposable zal dan weer bestemd zijn voor de Europese en Aziatische markt. De Hop-on 1800 beschikt wel over polyfone beltonen en een Infineon chipset die zorgt voor duidelijke en heldere audiokwaliteiten. De toekomst van dit disposable gadget zier er op dit moment ook rooskleurig uit. Volgens interne Hop-on bronnen worden er bijna dagelijks om en bij de 150.000 van deze disposable GSM’s besteld. Zo lang al deze telefoontoestellen op een ecologische manier worden weggegooid en gerecycleerd, is er natuurlijk geen vuiltje aan de lucht of beter gezegd aan de grond. Toch vreest men dat veel van deze wegwerptelefoons ook gewoon tussen onze nu al immense afvalbergen zullen terecht komen. Hop-on richt zich momenteel vooral op de Europese en Midden-Oosten markt in de hoop ook daar, na de USA, voet aan de mobiele telefoongrond te krijgen. Op een eerste voorstelling aan potentiële Europese aankopers te Las Vegas werd het meteen duidelijk dat er ook binnen Europa een markt voor deze disposable GSM’s bestaat. Er werd meteen een testorder van om en bij de 10.000 telefoons geplaatst. Een grote stap binnen het Europese veroveringsplan dus.
Sep 15
De ABB maakte zich in 1922 los van de Elektrotechnischer Verein in Berlijn en richtte een vereniging op met rechtspersoonlijkheid en eigen reglementen; twee jaar later kreeg de nieuwe vereniging een eigen bureau in Berlijn. Het ABB-bureau kreeg tot taak het boek Blitzschutz uit te geven; de eerste druk verscheen in 1924 en de achtste in 1968. In 1945 werd de ABB opgeheven op last van de bezettingsmogendheden. In juli 1949 werd in Wuppertal de ABB opnieuw opgericht in aanwezigheid van vertegenwoordigers van de vereniging van inboedelverzekeraars (Verband der Sachversicherer), het vakverbond van werktuigmonteurs en machinebouwers (Hauptinnungsverband des Schlosser- und Machinenbauerhandwerks), de firma Dynamit AG, de Duitse gas- en waterinstallatiebedrijven (Deutscher Verein der Gas- und Wasserfachmanner), het samenwerkingsverband voor elektrotechnici (Arbeitsgemeinschaft des Elektrohandwerks) en de vakcommissie voor bliksembeveiliging van gebouwen van de kamer voor techniek van de toenmalige Russische bezettingszone (Kammer der Technik, Fachkommis-sion 8a ‘Gebaudeblitzschutz’). Omdat de nieuwe ABB alleen werkzaam was in de drie westelijke bezettingszones, die één economische geheel vormden, werd de naam veranderd (Ausschul für Blitzableiterbau für das vereinigte Wirtschaftsgebied, ABBW). Als voorzitter werd H.F. Schwenkenhagen gekozen en als vertegenwoordiger van de elektrotechnische vereniging (VDE) de voorzitter van het normenbureau, P. Jacottet (Frankfurt am Main). In de leiding van het ABBW-kantoor werd C.D. Beenken uit Kiel benoemd tot hoof directeur.
Al meteen na de heroprichting streefde de ABBW er naar internationale contacten te leggen. In 1951 vond er in Bad Reichenhall een ontmoeting plaats tussen K. Berger, professor aan de Eidgenössische Technische Hochschule (Zürich), V. Fritsch uit Wenen, directeur van het door de regering gevolmachtigde onderzoeksinstituut (Versuchsanstalt für Geoelelektrik und Blitzschutz), eveneens uit Wenen W. Kostelecky, sectiehoofd van het Oostenrijkse ministerie van handel en namens de ABBW de heren H.F. Schwenkenhagen en P. Schnell.
Sep 03
Volgens de bestaande rekenregels is het namelijk mogelijk de vullingsgraad en de mate van geslotenheid van het vloeroppervlak in de berekening van het draagvermogen op te nemen. Het gevaar bestaat echter dat het water in de verspreid liggende luchtbellen zich verenigt tot grotere wateroppervlakken, waardoor over grote gedeelten van het betonvloeroppervlak geen contact meer bestaat tussen de mortelspecie en het beton. In dat geval wordt de mortelspecie geheel of gedeeltelijk gescheiden van de kolom of wand door een waterfilm. Dit verschijnsel moet uiteraard worden vermeden. Het optreden van een dergelijke waterfilm of meer wordt afdoende voorkomen door ervoor te zorgen dat de opgesloten lucht in de pasgemengde mortelspecie de gelegenheid krijgt te ontsnappen voordat de gietvloer wordt aangegoten. Zoals reeds is aangegeven, kan dit het beste gebeuren door de mortelspecie na het mengen langzaam machinaal of met de hand te roeren en op de eerder beschreven wijze voorzichtig langs een hellend vlak te gieten.
De geschiktheid van een mortelspecie kan worden beoordeeld aan de hand van de genoemde functionele eisen, waarbij de volgende testmethoden kunnen worden gehanteerd: Na de keuze van de soort cement en het type hulpstof kan de voor een goede ver werkbaarheid benodigde hoeveelheid water worden bepaald aan de hand van enkele voorbereidende proeven met verschillende water-cementfactoren. Als indicatie kan worden gestreefd naar een uitstroomtijd die ligt tussen de 65 en 75 seconden en die wordt verkregen met behulp van de beschreven flow cone. Op het belang van een voorafgaande zeer goede menging en goede ontluchting is reeds gewezen. Met behulp van een reageerbuis, inwendige diameter 35 mm en gevuld met 120 ml mortelspecie, kan de waterafscheiding worden opgemeten. Na enkele uren te hebben gestaan, behoeft een afscheiding van enige millimeters water uit de mortelspecie op zich zelf geen bezwaar te zijn. Waar wel op dient te worden gelet, is dat de mortelspecie niet inklinkt. Na verloop van 5 uur mag het scheidingsvlak tussen de mortelspecie c.q. mortel en het zich daarboven bevindende water niet zijn gedaald onder het oorspronkelijke niveau van de mortelspecie. Zijn de resultaten van de hierboven beschreven eenvoudige proeven op een mortelspecie met een bepaalde samenstelling bevredigend, dan kunnen ondergiet-proeven worden uitgevoerd. Op een weinig ingewikkelde wijze kan dit worden gerealiseerd door bij voorbeeld betontegels te ondergieten.
Na het lichten van de betontegel of een ander proefelement kan de betonvloer voor wat betreft de geslotenheid worden beoordeeld. De eisen die aan het uiterlijk van het oppervlak worden gesteld, zijn afhankelijk van de constructieve betekenis van de betonvloer en de aldaar te verwachten drukspanningen. Een maat voor de geslotenheid is het percentage van het morteloppervlak dat deel uitmaakt van het betonvloeroppervlak. Het morteloppervlak wordt gevormd door het verschil tussen betonvloeroppervlak en het totale oppervlak van de luchtinsluitingen. Vervolgens kan er een eis worden gesteld aan deze geslotenheid. Bovendien moeten de luchtinsluitingen min of meer gelijkmatig over het oppervlak zijn verdeeld, zodat excentrische drukoverdracht wordt voorkomen.
Jun 30
1986 was nogal onverwacht gebombardeerd tot het jaar van de trouwringen. Zó veel sieraadtentoonstellingen en andere manifestaties werden er dat jaar gehouden. Dat was onder meer ‘Images’, een tentoonstelling in de Nieuwe Vleugel van het Stedelijk Museum die - een beetje laat - naar aanleiding van het tienjarig bestaan van de VES was georganiseerd; hij ging op de valreep van 1985 van start in het Singermuseum in Laren. De VES organiseerde in 1986 ook nog de multiples-tentoonstelling voor de presentatie in de Nieuwe Vleugel van het Stedelijk Museum. In ‘Images’ was een aantal fotowerken opgenomen, onder meer van Mariëtta Veldhuizen, Harriët Mastboom, Joke Brakman en fotografe Anna Beeke. Het veld werd in de volle breedte getoond, met objecten in metaal en veel met textiel, niet alleen in de halssieraden van Beppe Kessler, maar ook in de weefsels van Margot Rolf en de gebreide kleding van Marijke de Ley en Marta de Wit. Er waren hoedvormen in zwart rubber te zien van Maria Blaisse, en als één van de grote verrassingen de verwarrende objecten van Marcel Wanders, die zich heten lezen als apparaten, maar niet meer en niet minder waren dan draagbare objecten. Marcel Wanders ontwikkelde zich tot een van de toonaangevende Nederlandse ontwerpers van meubelen en andere producten voor het interieur, maar zou nog vaker ideeën voor sieraden uitwerken, zoals een geluidsbandje met het geluid van een tevreden knagend konijn, dat hij op 2 oktober 1997 presenteerde in het kinderprogramma ‘Klokhuis’. Het is typisch een conceptueel sieraad, effectiever in zijn verpakking dan in gedragen vorm. De viering van het tienjarig bestaan van Galerie Ra in 1986 was keurig op tijd. Verder was er natuurlijk de reeds gememoreerde tentoonstelling ‘Sieraad 1986, Draagteken’ in Het Kruithuis in Den Bosch.
Ook de andere sieraadgalerieën draaiden op volle toeren en galerieën voor vormgeving in bredere zin lieten veel sieraden zien. Voor mijzelf was de optelsom van 1986 aanleiding om voor Bijvoorbeeld de hokjesgeest in het vak te analyseren met als titel: ‘Sieraad komt niet los uit bedenkelijke driehoeksverhouding’. Het ging mij om de onverenigbare werelden binnen het sieradenvak van de galerieën, de juweliers en het warenhuis of de modezaak. Eerst had ik mijzelf geïntroduceerd als zo’n vrouw die graag sieraden past en Gijs Bakker dus blijkbaar op de vlucht joeg. Met de wijze waarop ik mijn fascinatie voor sieraden toen verwoordde kan ik het nog steeds eens zijn: ‘Sieraden zie ik als de concretisering van een idee, vormopvatting of mentaliteit, het tastbare residu van een moment, herinnering, stijl of gedragscode. Door de relatie tot de menselijke maat en persoonlijkheid kunnen sieraden een hoge concentratie aan zeggingskracht bezitten. Ze vormen een intieme schakel tussen vaak nauwelijks benoembare eigenschappen en beweegredenen van ontwerper en drager. Net als de hoogste kwaliteit bonbons een sublieme trouwring vormen van het begrip zoetwaren, zo kan het sieraad gezien worden als een sublimering van het beeld dat mensen van zichzelf willen tonen.’ Ook ben ik nog steeds tevreden met de foto’s bij dit artikel, die waren gemaakt door Annie Naus in samenwerking met galerie Marzee in Nijmegen. Het waren portretten van vrouwen die hun eigen sieraden dragen, die ze bij Marzee hadden gekocht. Het waren alleen halssieraden; voor een portret gingen die de meest bevredigende relatie aan met het gezicht en de haardracht van de geportretteerde, die tegen een donkere achtergrond waren geplaatst en allemaal donkere kleding droegen. Galeriehouders waren gezichtsbepalende figuren in het vak geworden, en in de loop van deze periode droeg menig sieraadontwerper een werk aan Marie-José van den Hout op, zoals Annelies Planteijdt, Lucy Sarneel en Herman Hermsen. Het collier van Herman Hermsen met de bloemvormen en verwijzingen naar kanten ondergoed is wufter dan zijn andere werk. (afb. 326) Marie-José van den Hout van Galerie Marzee zou aan het einde van deze periode het uitgangspunt van de individuele drager en de relatie tussen sieraad en drager weer oppakken met haar project ‘De keuze van…’. De eerste in deze reeks was de keuze van sieraden door vrouwen uit Amersfoort in 1997, gevolgd door vrouwen uit Nijmegen in 1998, Arnhem in 1999 en daarna die uit Zwolle en Apeldoorn.
May 27
Het uit de groeve zagen van blokken heeft het voordeel, dat direct rechtkantige blokken ontstaan, waar bij het verzagen tot platen weinig materiaal afvaltZijn de blokken vrijgekomen door splijten met behulp van ontplofbare stoffen, dan kan de steen zijn aangetast en haarscheuren bevatten, die pas later bij het verwerken te voorschijn komen. Door de grote lengte van de zaagsnede van de draad zaag kan niet voldoende rekening worden gehouden met bergscheuren, die de gezonde steen op willekeurige wijze kunnen doorsnijden. De zaag is het geschiktst voor zeer gave steenformaties. De ontwikkelingen in de ruimtevaart hebben tot bijzonder hoogwaardige brandstof geleid, die gericht verbrand kan worden. Er wordt nu geëxperimenteerd met deze brandstoffen om stollingsgesteenten los te snijden. Deze experimenten verkeren echter nog in een beginstadium. Het verwerken van blokken tot platen kan plaatsvinden door splijten of kloven en door zagen. Gneis, kwartsiet en zandsteen kunnen in vele gevallen gespleten worden, kalksteen in mindere mate. Dit splijten vindt plaats door meerdere wiggen op het groef leger in de steen te drijven.
De dikte van de gespleten platen is afhankelijk van de herkenbare afstanden van het g roefleger. Kwartsieten worden doorgaans in dikten van 1,5-5 cm gekloofd, gneis in dikten van 3-10 cm. De dikte is afhankelijk van de afmetingen van de platen. Vrij nieuw is de methode van splijten met een guillotinemachine. Hiermee kunnen stroken van vrijwel alle kwaliteiten steen van 2-12 cm dikte worden gekloofd. De steen wordt tussen een vast mes en een vallend mes gelegd waarbij het laatste enkele mm in de steen slaat. De zo verkregen strookjes - klinkers of riemchen genoemd - hebben een dikte van 8-15 mm. In strookjes van 8-15×3 cm gezaagd worden ze veel toegepast voor de bekleding van wanden en kolommen. Met een soortgelijke, maar zwaarder geconstrueerde machine, kan men ook bouwstenen slaan van 10-15 cm hoog bij een dikte van 8 cm en meer. Voor het zagen van leisteen tot platen, beschikt men over raam-, cirkel- en lintzagen. Het systeem van de raamzaag bestaat uit een raam waarin tot 100 stalen bladen van 3-5 mm dikte worden gespannen.
May 22
In de twintigste eeuw begint de mensheid aan een nieuw hoofdstuk in haar staan. Wereldsteden als Parijs, Londen en New York hebben zo rond 1900 een wat ‘provinciaals’ aanzien. We missen iets, als we ze op oude foto’s terugzien. Auto’s, fietsen en reclames ontbreken in het straatbeeld. In dit voor ons zo vertrouwde beeld, heeft het gezicht van deze ald. De mensheid is op zoek naar het nieuwe. En uitvinders zich om patenten te verwerven. Er vindt overal in de samenleving een run plaats op de massa en de kassa. Of het nu gaat om huishoudelijke artikelen, auto’s of aanstekers. Parijs 1900. Eeuwwisseling en wereldtentoonstelling tegelijk.
Is er een mooier jaar denkbaar voor bespiegelingen omtrent de vooruitgang van de mensheid. We zijn op het hoogtepunt van wat ook wel La Belle Epoque wordt genoemd, ‘de mooie tijd’, het tijdperk tussen 1890 en 1914. Nooit eerder in de geschiedenis kon de gegoede burgerij zich zo wellustig wentelen in ongebreidelde luxe. De weelde kon niet op en de honger naar ‘het nieuwe’ werd ruimschoots gestild op deze Wereldtentoonstelling, waarop wonderen van technisch vernuft, zoals een dynamo van 500 pk en een hal met auto’s en fietsen te zien waren. Eén ding was duidelijk: de twintigste eeuw was gereed voor de grote sprong voorwaarts, die in de komende decennia steeds nadrukkelijker gestalte zou krijgen. Alles wat jong, nieuw of modern is, wordt omarmd. Als het maar ‘anders’ is. Er vindt een afrekening plaats met een tijdperk dat als onecht’ wordt beschouwd. ‘Neo-renaissance’, ’neo-barok’, ‘neo-roco-co’, het zijn termen die herinneren aan de laatste decennia van de vorige eeuw, toen men overal in de samenleving op zoek was naar een eigen identiteit. En waar men — bij gebrek daaraan — de kunststromingen vernoemde naar de hoogtijdagen van weleer. Die Wereldtentoonstelling herinnert daar nog enigszins aan. Terwijl de uitvindingen met hun neus richting toekomst wijzen, getuigen de gebouwen waarin ze worden tentoongesteld nog van de wansmaak van het verleden. Kon er duidelijker worden gedemonstreerd dat de wereld eindelijk verlost wilde zijn van die negentiende eeuw? De twintigste eeuw zindert van het nieuwe. Media als fotografie en film zijn in opkomst en bevrijden de kunst van haar historische functie, namelijk het afbeelden van de werkelijkheid. Art Nouveau, Jugendstil en Nieuwe Kunst zijn begrippen, die in die eerste decennia opduiken ten teken dat er voorgoed wordt afgerekend met het verleden. Ook het industriële landschap begint zich steeds nadrukkelijker te wijzigen. Fabrieksschoorstenen met walmende pijpen worden steeds minder dominant; energiebronnen als olie, gas en elektriciteit zorgen dat vuur en rook zich minder nadrukkelijk kunnen manifesteren.
May 18
Deze blog laat zien hoe je geschenken die meerwaarde geeft waardoor ze aan betekenis winnen en veel meer zijn dan de som der delen. Je krijgt tips en tools hoe je je identiteit laat doorwerken in het geschenk en hoe je verrassend en origineel kunt zijn. De ideeën zijn te gebruiken om op voort te borduren of als inspiratiebron. Hopelijk heb je iets aan deze gids ais je weer eens iets ‘leuks’ moet bedenken voor iemand om iets bijzonders te vieren, privé of zakelijk. En zelfs als je niet direct op zoek bent naar een passend geschenk, dan blijft deze gids leuk om te bekijken door de illustraties en een boel interessante wetenswaardigheden. De combinatie Joyce (als ondernemer, projectleider en creatieve geest) en Frank (een onuitputtelijke bron van ideeën, graficus en specialist in relatiegeschenken en persoonlijke communicatie) heeft in de loop der jaren 1001 bijzondere geschenken bedacht en uitgevoerd. Dit boek bevat een selectie van cadeauconcepten uit het verre en nabije verleden. De veertig beschreven ideeën zijn nergens als kant en klaar cadeau te koop. Het zijn allemaal maatwerkproducties. Soms zijn losse onderdelen wel te koop in winkels maar door de samenstelling waarin ze gebruikt worden, is elk geschenk toch weer uniek.
Veel van de ideeën hebben we in het verleden ook daadwerkelijk uitgevoerd. Er is bijvoorbeeld een écht Nachtboek om je nachtelijke inspiratie op te schrijven bij kaarslicht. En er is een echte Kwijtkist met daarin tientallen voorwerpen die je alsmaar kwijt bent. Uit ervaring is gebleken dat deze de cadeaus als relatiegeschenk erg worden gewaardeerd en een grote sympathie voor de afzender creëren. De geschenken hebben ook een hoog ‘bewaargehalte’. Bij het bedenken van de geschenken hebben we de volgende voorwaarden gesteld: het geschenk mag niet standaard in de winkel te koop zijn het moet maatschappelijk verantwoord uit te voeren zijn je moet er iets van kunnen leren of je moet er lol aan kunnen beleven het moet de creativiteit van de ontvanger stimuleren het moet af te stemmen zijn op een eigen (bedrijfssituatie. De ideeën worden volgens een vaste indeling weergegeven. Daardoor is in een oogopslag duidelijk hoe het geschenk eruit ziet en hoe het bedoeld is. In de inleiding Van elk idee staan interessante of grappige wetenswaardigheden. De illustratie laat zien waar het geschenk(pakket) uit bestaat, maar laat voldoende ruimte voor eigen interpretatie van de uitvoering. Bij elk geschenk vind je daarnaast informatie over de inhoud van het pakket, wat je ermee kunt doen, waarom het leuk is om te geven, waarom het leuk is om te ontvangen en hoe je het kunt personaliseren. We geven ook tips om het thema nog verder uit te diepen. De geschenken zijn ingedeeld in de categorieën decoratie, diepzinnig, food, fun, games, hobby’s, kunstzinnig, office, personal care, praktische gebruiksartikelen en quality time. Toen Copernicus in 1539 had bedacht dat de aarde rond moest zijn, begon ook de geschiedenis van de globe.